Jaar: 2012
Een man…
Ik ben een man. Het voelt niet zo, maar ik ben het wel. Ik ben 32 een jongen mag ik mezelf niet meer noemen, maar een man? Het voelt zo raar, ik ben het niet en toch val ik in die categorie.
Ik ben niet heel handig. Ik kan niet klussen, ik ben niet goed in sport. Ik drink geen bier en ik kijk niet naar Voetbal, een EK of WK daargelaten. Ik hou van winkelen en warme chocolademelk en snotterfilms. Ik
ben niet stoer, heb geen behaarde armen. Ik ben niet sterk, kan weinig tillen. Ik een man, maar na 32 jaar voel ik me nog steeds een jongetje. Een onhandig, onzeker jongetje.
Martine, Robin en ik zijn in Amerika. Dat is leuk, lekker eten, heerlijk shoppen, al moet er ook hard gewerkt worden. Dat alles is leuk, maar niet het meest bijzondere van deze trip. De mensen waar we logeren zijn gelovig. Ik ben dat niet en kon er nooit zoveel nee. Ik zal het waarschijnlijk ook nooit worden, maar het verblijf bij dit gezin heeft me al in veel bijzondere situaties gebracht. Zo ook vandaag.
Mickey, ‘de vader’ van het gezin waar we logeerden had een speciale men’s group opgericht, een groep waarin mannen samenkomen om met elkaar te praten over lastige onderwerpen. Daar zou ik vroeger heel lacherig over gedaan hebben, maar ik heb eerder gezien wat het doet, en vandaag was daar geen uitzondering op.
Het thema van de groep is Renegade Men en het draait eigenlijk maar om één ding: wat betekent het om man te zijn en wat kun je als man voor elkaar betekenen. ‘Gadver wat zoet’ is dr manier waarop je zoiets in Nederland afserveert en wat is dat jammer want ik heb zelden zoiets waardevols gezien.
Stop mannen bij elkaar in een groep
en het onderwerp is duidelijk: bier en wijven. Dat zou je denken, maar juist de afwezigheid van vrouwen veranderde dat. Prachtige verhalen over jeugd, verdrietige verhalen over mannen die van hun vader niet de liefde kregen die ze nodig hadden, een zaal vol mannen die het niet droog weten te houden, en niemand die moeite doet om het te verbergen.
Wat betekent het om een man te zijn? Ik weet het niet. Wat ik wel weet is dat velen het met mij niet weten. Voor iedere stoere man met klushanden is er een onzekere man die daar tegenop kijkt. Wie mij kent weet dat ik het niet zo op kerels heb. Dat domme macho gedrag, dat zogenaamde stoere en Coole, waarom kan het niet allemaal wat emotioneler?
Dat kan dus zeker en ik heb alles met een filter bekeken. Zelfs de mannen die ik zie als echte kerels voelen zich van binnen vaan nog een jongetje. Ik en genoten vandaag van prachtige verhalen over angst voor het vaderschap, angst om het te verpesten en de garantie dat je dat zult doen.
Een van de mooiste citaten was van een 62 jarige politieagent: “Cut us dads some slack, we need the hugs just as much as you do.”
Ik heb vroeger geen makkelijke relatie met mijn vader gehad, maar ik heb het geluk dat ons de tijd is gegeven om elkaar te vinden en te leren begrijpen en daarvoor ben ik dankbaar.
Ik weet nog steeds niet wat het betekent om een man te zijn. Wat ik wel weet is dat ik een papa ben van een prachtig ventje. Ik ben niet goed in luiers verschonen en ik kan geen boomhut bouwen. Vandaag realiseerde ik me dat Robin dat ook niet van me verwacht. Voor hem hoef ik niet groot te zijn, niet sterk, niet stoer, niet handig. Het enige dat hij van me verwacht is dat ik van hem houd, en hoe dat moet weet ik heel goed. Sinds de dag dat hij geboren is heb ik hem dat elke dag verteld en dat zal ik altijd blijven doen.
Robin, papa ik hou van jullie.
Xxxxxxx
1 jaar
Lief vriendje. Ongelooflijk, alweer een jaar geleden. Ik weet nog goed, dat ik, voordat je geboren werd, een tekst moest verzinnen voor je geboortekaartje. Ik vond dat moeilijk, want ik had geen idee wie je was. Ook was ik nog niet helemaal uit de naam. Martine vond Robin een mooie naam, maar het deed mij aan Batman denken. Dat is niet slecht, ik houd van superhelden, maar Robin is geen superheld, hij is het hulpje van Batman. Mijn kindje is geen sidekick, mijn kindje is een superheld, herinner ik me nog heel goed. Uiteindelijk noemde ik je twee dingen in de kaart: frummel en ons beste vriendje.Wonderlijk
Afgelopen zaterdag bezocht ik een theatervoorstelling van Ali B, genaamd Ali B geeft antwoord. Waarop dan? Ja, dat is een beetje waar de theatershow om draait. Ik ben nooit een gigantische fan geweest van Ali B, vond het altijd een beetje, tja, wat zal ik zeggen, de Tatjana Simic onder de Marokkanen: je intelligenter voordoen dan je bent. Ergens wist ik het wel dat ik het bij het verkeerde eind had (wat Ali B betreft dan, zeker niet wat Tatjana betreft), maarja, je aan iemand ergeren is nu eenmaal lekker makkelijk, dus daar bleef ik in hangen.
Waarom tel ik dan 20 euro neer voor een kaartje voor een show waar ik niets van weet? Omdat iemand die ik dit jaar heb leren kennen me had aangeraden om die show te bezoeken als ik de kans kreeg. De voorstelling speelde zich zo’n 500 meter van mijn huis af, hetgeen ik prima vond kwalificeren als ‘de kans krijgen’. Met een select groepje zijn we naar de voorstelling gegaan. Ik herinner me nog dat ik tegen m’n zusje zei: ‘Ik weet echt wel dat ik hier redelijk bekeerd naar buiten ga lopen’. Bekeerd richting Ali B uiteraard, niet richting de Islam. Het bleek een understatement.
Wat een bijzondere voorstelling was dat. Ali B geeft antwoord. Maar waarop dan? Op een beetje onnozele vragen uit een wat suffig publiek vol huiverige Lelystedelingen. Het maakte niet uit, want Ali B wist allang wat hij zou gaan vertellen. Tenminste, dat, óf hij heeft echt twintig theaterprogramma’s in zijn hoofd en dat lijkt me schier onmogelijk. Met één stukje uit de voorstelling maakte hij zich, in mijn ogen althans, onsterfelijk. ‘Als je ergens heel erg tegen bent, dan draag je in feite bij aan dat waar je tegen bent. Je kunt veel beter positief zijn, en vóór hetgeen zijn dat het tegenovergestelde is van dat waar je tegen bent’. Toen hij die woorden voor het eerst uitsprak klonk het als onzin. Maar na zijn uitleg werd duidelijk dat het precies inhaakte op mijn favoriete theorie waarover ik al zo vaak geschreven heb: ‘Duisternis is niets anders dan de afwezigheid van licht. Doe onaardig tegen iemand die je slecht behandelt, en je wordt zelf precies die persoon. Blijf positiviteit sturen en je zult die persoon uiteindelijk veranderen’.
Het was de kennis die ik al had, verpakt in een prachtige zin ‘wees niet tegen, maar wees voor het tegenovergestelde van dat waar je tegen bent’. Het was één van die levensveranderende momenten, zo’n moment dat je denkt, dit wil ik vasthouden, hier wil ik iets mee doen. Wat een bewondering kan iemand in een paar uur kweken en wat voelde ik me dom en oppervlakkig achteraf.
Maar wat ik dan altijd nog het mooist vind, is wanneer ik me realiseer hoeveel er voor nodig was om mij in die zaal te krijgen zaterdagavond. Ik was daar nooit geweest als ik Jan Jaap niet had ontmoet. Jan Jaap had ik nooit ontmoet als ik mijn boek niet had geschreven en op Ten Pages had gezet. Dat had ik nooit gedaan als Mickey (mijn grote vriend in LA) me niet had overgehaald om mijn boek te schrijven, Mickey die ik nooit had ontmoet als ik het tijdschrift niet was begonnen dat ik samen met Martine was gestart. Het tijdschrift dat ik nooit zou hebben gehad als ik Martine niet had ontmoet. Zo kan ik nog veel verder terug. Dat klinkt melodramatisch, maar waarheid is het wel. Honderden, misschien wel duizenden kleine gebeurtenissen waren nodig om ervoor te zorgen dat ik op zaterdag deze prachtige les mocht leren. En dan heb ik het nog niet eens over wat er voor nodig was om ervoor te zorgen dat Ali B op een zaterdagavond optrad in Lelystad.
Wat is de wereld toch een wonderlijke plek.
Vriendje
Ik zou je willen zeggen,
hoe het voelt dat jij er bent.
Maar een woord voor zoveel liefde,
heb ik nog altijd niet herkend.
Ik zou je willen vragen,
hoe je het leven nu ervaart.
Maar de blik die je me toewerpt,
is veel meer dan woorden waard.
Graag zou ik je beschermen,
voor al het slechte om je heen.
Helaas kan dat maar een klein beetje,
de grootste strijd vecht je alleen.
Ik kan niet zeggen, vragen, redden,
hoe graag ik dat ook willen zou.
Dus hoop ik maar dat je aan alles voelt,
hoeveel ik van je hou.
Papa
Is dit nu later, als je groot bent?
Ik zou willen dat het een titel was die ik zelf had bedacht, maar het is de titel van een prachtig liedje van Stef Bos. Nouja de tekst is dan prachtig, want ik vind nog steeds dat Stef Bos zingt als Bob Ross die z’n borsthaar laat epileren.
Een hele simpele zin, maar wat zit er een verhaal achter. Ik vroeg het me vanavond weer eens af na een gesprek met een oude bekende. Ze vond me veranderd, iets dat ik kon beamen. Ik ben niet meer dezelfde als vijf jaar geleden (wie wel) en daar ben ik dankbaar voor. De laatste jaren heb ik ineens heel sterk het gevoel dat ik weet wat ik kan en wat ik wil en dat ik doe waar ik goed in ben. Dat heeft me rust gegeven. Natuurlijk haalt dat ook de uitdaging weg in de dingen die ik doe, maar voor nu vind ik het fijn. De rust van jezelf zijn.
Maar is dit hem dan? Is dit de Martin die ik had moeten zijn en altijd op weg was te worden? Toen ik 8 was liep ik over een pad naar school en besloot dat later, als ik een man was, dan zou ik dit pad nogmaals bewandelen, terugdenkend aan deze dag, een brug in gedachten slaan tussen twee perioden in mijn leven. Is die periode aangebroken? Als dat zo is, dan weet ik niet of ik daar blij mee ben, want er is nog veel meer dat ik wil doen, veel meer dat ik wil zijn. Iemand die niet zoveel piekert, die leert te genieten van wat hij heeft en niet te balen wat wat hij had willen hebben en wat misschien nooit meer komt.
Is dit nu later als je groot bent? Zijn de herinneringen die ik koester aan dat ene leuke sinterklaasliedje in Kinderen voor Kinderen, aan Bassie en Adriaan (verrek, de robot heet Robin!), aan Masters of the Universe, Spanning in Slagharen, aan Captain Planet en de ViewMaster, zijn dat nou mijn ‘vroeger toen alles beter was’ momenten? Ik vraag het me regelmatig af. Ik ben pas 32, en tegenwoordig begint het leven geloof ik bij vijftig, dat is geruststellend.
Ik weet nog goed dat ik op mijn 18e de laatste gang maakte met mijn klasgenoten naar de Mediatheek op school, me volledig bewust (te bewust) dat dit het einde was van een tijdperk. In slow-motion met muziek, want zo werkt mijn hoofd. Ik weet nog precies mijn gedachten, me bewust van het feit dat er een leven op me wachtte vol onverwachte gebeurtenissen die mijn visie op alles volledig zou veranderen, zou doen rijpen. Ik kon dat moeilijk verkroppen: weten dat je nog niets weet, dat je nog een groentje bent en niets anders kunnen doen dan wachten tot de jaren, het geluk en het leed die kennis bij je komen brengen.
Stiekem mis ik hem nog wel eens, oude ik. Oude ik die meningen had. Die vond dat het feit dat ergens een handleiding voor bestond, niet betekende dat het ook daadwerkelijk zo moest zijn. Immers de handleiding was ook door iemand geschreven. Die vond dat je altijd moest zeggen waar het op staat, ook al kostte je dat je leuke baan bij Veronica. Het was een maf mannetje. Ik weet het niet, is dit nu later als je groot bent? Ben ik over vijf jaar totaal iemand anders en kijk ik dan lachend terug op alles dat ik nu dacht te weten?
De tijd zal het wederom leren. Voorlopig zie ik mezelf nog niet op dat pad lopen, al realiseer ik me telkens wanneer Robin me vol bewondering aankijkt, dat ik geen jongetje meer ben. Misschien is groot zijn dan niet iets dat je voelt, maar iets dat men in je ziet. In dat geval mag het vandaag zijn. Voor Robin.
Nieuwe layout!
Ik vergeef het je…
Bij het begin van het jaar hoort een opruiming, niet alleen van de geest, maar ook van het bureau en de computer, zodat je in alle opzichten weer vers kunt beginnen. Tijdens het opschonen van de bestanden op mijn computer kwam ik een mapje tegen, een mapje dat ik liever zou zijn vergeten. Het was een mapje met daarin screenshots van de website van de opleiding die Martine twee jaar geleden volgde. Een opleiding waarin ze veel zin had, maar die was uitgedraaid op een complete teleurstelling. Lang verhaal kort: ze zou er leren digitaal ontwerpen, maar men liet haar schilderen, fotograferen, kleuren, om te verhullen dat er niet eens een computer aanwezig was, om me vervolgens wel een gepeperde rekening te sturen. De screenshots waren bedoeld als bewijs dat de site daadwerkelijk een opleiding digitaal ontwerpen had beloofd, mocht ik in een positie komen dat ik het moest bewijzen.
In die positie kwam ik. Ik had daadwerkelijk een zaak (zelfs een getuigenverklaring, terwijl de eigenaar van de prutschool me keihard een leugenaar noemde). Ik was woest, ik haatte deze man. Ik weet dat haten een sterk woord en een nog sterkere emotie is, maar ik haatte deze man vanuit de grond van mijn hart, vanuit het diepste van mijn ziel. Niet alleen omdat ik het geld niet kon missen (voor iets dat ik niet had gekregen), ook niet eens omdat Martine nu een kostbaar jaar van haar leven had weggegooid en het alsnog zonder diploma moest doen, maar vooral omdat de man in kwestie niet alleen weigerde om toe te geven dat hij het verprutst had, maar ook nog eens deed alsof ik de boel aan het besodemieteren was. Maar ik kan niet tegen conflict, het zuigt letterlijk al mijn energie op, dat was het me niet waard.
Ik kan me heel erg kwaad maken om dat soort dingen, om dat soort mensen. Ik kan doen of ik erboven sta, eroverheen stap, maar van binnen borrelt het. Lang stelde ik mezelf gerust met de gedachte dat dit soort mensen zielig is en sneu. Dat ik elke dag thuiskom in een wereld waar ik om mensen geef en andersom, dat ik weg kan lopen van dit soort mensen en zij voor de rest van hun leven aan zichzelf vastzitten. Het is waarheid, maar positief is het niet en daarom voelde het weinig constructief. Ik had het daarover met Mickey, een vriend in Amerika een tijd terug en vroeg hem hoe hij altijd zo rustig bleef. ‘Je moet het hem vergeven, dat is de enige manier om los te laten’, zei hij. Ja maar dat is makkelijk zeg. Dus iedereen kan mij zomaar alles flikken en ik moet het ze vergeven? Dan kan ik net zo goed deurmat op m’n hoofd laten drukken.
Het was niet wat hij bedoelde. Wat hij me probeerde uit te leggen is dat je moet opkomen voor hetgeen waar je in gelooft, maar dat je het bij het onderwerp moet houden. Want negen van de tien keer gaat een conflict niet meer over het conflict, maar is het persoonlijk geworden. Maar bij mij niet, nee, bij mij was het oprecht nog om het conflict. Want oh, als ik ooit rijk zou worden, dan begon ik precies zo’n school als hij, in het pand daarnaast, en maakte ik hem kapot. Kapot hoor je!’.
Lekker volwassen Martin, en inderdaad totaal heel zakelijk, totaal niet persoonlijk. Oftewel, Mickey had gelijk. Dit had niets meer te maken met het conflict waar het ooit mee begon. Erger nog, ik zat me op te vreten, terwijl de man in kwestie me allang vergeten was. ‘Ja maar hij noemde me een leugenaar!’ verdedigde ik mijn hetze nog. ‘Ja, nou en?’ antwoordde Mickey. ‘Hoe kun je je nu laten kwetsen door een vreemde? Weet je hoeveel vreemden er rondlopen? Als je moeder zegt dat je een leugenaar bent, dát is pas erg!’
Het was volledig waar. Ten eerste omdat mijn moeder niet meer leeft, ten tweede omdat het te bizar voor woorden is om je te laten kwetsen door een vreemde. Mickey’s laatste wijsheid deed m’n woede de das om ‘Onthoud dat niemand ’s ochtends op staat met de intentie om jouw dag, jouw leven compleet te verzieken. Iedereen doet waar hij of zij in gelooft, vecht voor datgene waar hij of zij recht op denkt te hebben. Zoals jij over deze man denkt, dacht hij waarschijnlijk ook over jou’.
Wat voelde ik me dom en oppervlakkig na dit gesprek, omdat ik wist dat ik hier heel primitief en testosteronnig mee was omgesprongen. ‘Zeg het dan!’ zei Mickey. ‘Zeg dat je het hem vergeeft’. Mickey moest me nog net niet met een mes dwingen om het te zeggen. Niet omdat ik het niet over m’n lippen kon krijgen, maar gewoon, omdat het best dom klinkt….in de McDonalds.
Ik was dit gesprek, dit moment, dit hele gebeuren alweer helemaal vergeten, wellicht een teken dat Mickey’s woorden effect hadden. Maar vandaag, toen ik mijn pc opschoonde, was daar ineens het mapje. Het mapje met de screenshots. Ik opende, bekeek de inhoud. Moest ik het bewaren? Wat als ik ooit toch nog m’n gelijk wilde halen? M’n oprechtheid moest bewijzen. Ik keek naar links en zag een foto van m’n zoontje. Instant perspectief.
Het mapje is definitief verwijderd. ‘Ik vergeef het je’.
Chap(B)eau!
Nieuwjaarsdag, de eerste dag van het nieuwe jaar. Een dag waarop je de restjes nog even lekker op mag eten, bij familie langs kunt gaan of lekker voor de buis kunt hangen om alles te bekijken dat je gisteren hebt opgenomen. Maar ook een dag waarop je stiekem alvast vooruitkijkt. Wat ga ik allemaal doen dit jaar, waar kijk ik naar uit, wat vrees ik? Afhankelijk van hoe je in elkaar steekt, kan die vraag ook een stuk dieper gaan. Wie ben ik, wie wil ik zijn dit jaar, wat definieert mij en wat vind ik daarvan?
Op één bezoekje na zijn wij vandaag niet naar familie geweest, we hebben lekkere hapjes gegeten en gekeken wat er gisteren op televisie was. Niet opgenomen overigens, want wij zijn hip, betalen een godsvermogen aan UPC en kunnen het daarom fijn terugkijken. De oudejaarsconference is een must, dus Youp was eerst aan de beurt. Ouderwets fijn en goed te weten dat die man het nog kan, maar vooral ook dat hij vijftien jaar geleden grapte over een autotelefoon en eind 2011 over Twitter. Meegaan met je tijd, knap.
Niet zo knap echter als wat ik Beau van Erven Dorens heb zien doen met zijn oudejaarsconference. Ik had ervan gehoord, Beau is ineens komiek, maar hoe de vork in de steel zat wist ik niet precies. Ik was nieuwsgierig, maar niet nieuwsgierig genoeg om te gaan kijken. Het was uiteindelijk mijn vader die me aanraadde het te bekijken vandaag en wat ben ik blij dat ik dat heb gedaan (en wat ontzettend dom dat SBS de documentaire over dit avontuur van Beau niet heeft uitgesmeerd in een soap, dat had het aantal kijkers zeker verdubbeld).
Kijk, je kunt vinden wat je wilt van Beau. Je kunt het een kakker vinden, een kwal, een studentje met rimpels of juist heel sympathiek. Voor mij is hij stiekem altijd een beetje een held geweest. Gesmuld heb ik van Deal or no Deal, niet eens van het format, maar van hoe het werd gepresenteerd. Helden vallen soms van voetstukken en Beau deed dat met zijn overstap naar SBS. De ene flop na de andere, prachtige ideeën, maar niets dat wilde aanslaan. Het werd zo langzamerhand een beetje de Raymond van Barneveld onder de presentatoren, een beetje zielig en sneu zelfs als ik het mag zeggen.
Maar vanaf vandaag is Beau van Erven Dorens weer een held, meer dan ooit. Was zijn conference dan zo hilarisch? Is hij zo’n briljant komiek? Was de show zo goed? Nee, dat is niet de reden. Ik vond de show echt leuk, heb gelachen, zelfs wat emotionele momenten gezien en kippenvel gekregen aan het eind toen de finale terugpakte op een eerder item. De kans is groot dat ik vooral zo genoten heb omdat de documentaire me liet zien welke lijdensweg eraan vooraf ging, misschien had ik het zonder dat een stuk minder indrukwekkend gevonden. Ik weet dat niet, die kennis kan ik niet uitwissen.
De reden dat ik Beau een enorme held vind, is niet omdat hij goede grappen maakte, leuke liedjes zong en zelfs aanzette tot nadenken, nee, de reden is dat hij het lef heeft gehad om zichzelf en plein public opnieuw te definiëren. Dat is niet zomaar knap, dat is echt buitengewoon bijzonder. Mensen hebben de neiging om vast te zitten in wat ze doen en wie ze zijn. ‘Dit is nu eenmaal wat ik doe’, ‘dit is nu eenmaal wie ik ben’. Zelfs een eenvoudige carrièreswitch boezemt de meeste mensen voldoende angst in om er vanaf te zien.
Had Beau nog enorm veel succes, dan had ik het minder indrukwekkend gevonden. Drijvend op een roze wolk, gedragen door de positieve reacties van je fans, krijg je immers vleugels en kun je een hoop. Maar op je rug liggen, je ene na de andere idee en droom kapot hebben zien gaan en dan het lef hebben om voor het toeziend oog van heel Nederland iets op te pakken dat je nog nooit hebt gedaan? Kapot gaan op weg daarnaar toe, ermee willen stoppen, je afvragen waarom je het doet en dan toch doorgaan? Dat vind ik niet knap, dat vind ik bijna bovenmenselijk en dat moet niet worden onderschat.
Het meest bijzondere hieraan vind ik nog wel dat Beau iets heeft geflikt dat Youp, Freek noch Guido ooit voor elkaar heeft gekregen. Het zette me aan het denken. Niet over het leven, maar over mezelf. Wie ben ik, hoe definieer ik mezelf en wat vind ik daarvan? Ik vraag me daadwerkelijk af of hij zich realiseert (of heeft gerealiseerd) dat dit de bijwerking was. Niet zozeer van z’n show, maar wel van z’n project. Kijk naar wie je bent. Wat vind je van jezelf? Ben je tevreden of moet het roer eigenlijk om en durf je dat? Beter willen en kunnen zijn dan wie je vandaag bent. Ik vind het een prachtige gedachte voor 2012.
Wat een held!






