Guus Meeuwis gaat scheiden las ik zojuist op de voorpagina van een krant die ik niet bij naam wil noemen omdat ik het een stomme krant vind (die ik heel trouw lees). Nu ken ik Guus Meeuwis niet, ik heb er verder niet zoveel mee te maken, maar hij en zijn vrouw hebben kinderen en dan raakt het me toch.
Het raakt me ook omdat het de laatste tijd slecht nieuws regent op dit gebied. Vrienden van ons verkeerden in grote huwelijksproblemen, andere vrienden van ons hebben besloten om uit elkaar te gaan (ook een stel met kinderen). Dan heb ik het niet over stelletjes die elkaar vorig jaar tijdens carnaval hebben ontmoet, maar mensen die echt al jaren, in sommige gevallen tientallen jaren bij elkaar zijn. En dan ineens is de koek op.
Bewonderenswaardig
Wanneer ik hoor dat zo’n stel uit elkaar gaat vind ik dat zowel pijnlijk als bewonderenswaardig. Pijnlijk om alle voor de hand liggende redenen, maar bewonderenswaardig omdat het heel moeilijk is om uit je realiteit te stappen. Er is niets moeilijkers dan kijken naar je eigen situatie, besluiten dat het niet is wat je wilt en dan de stap nemen om daar iets aan te veranderen. Dan heb ik het natuurlijk wel over mensen die samen die stap nemen, niet over situaties waarin de man z’n echtgenote inruilt voor een 19-jarige caissière. Van dat soort verhalen word ik doorgaans heel misselijk: ‘Dag vrouw, bedankt dat je me je beste jaren hebt gegeven, het spijt me dat je je eigen lijf niet meer herkent na drie kinderen, maar ik heb last van midlife, dus ik heb iets nodig van 19’. En ja, vrouwen doen dat vast ook, maar ik vind vrouwen leuker dan mannen, dus sorry heren, ik zit in hun kamp (veel gezelliger daar).
De beslissing om uit elkaar te gaan zal ik nooit veroordelen (behalve dan Melanie Griffith en Antonio Banderas, die hadden bij elkaar moeten blijven verdorie). Zelfs niet als er kinderen in het spel zijn, bij elkaar blijven omwille van de kinderen heeft nog nooit iemand gelukkig gemaakt (ook de kinderen niet). Daarbij leven we tegenwoordig in een wereld waarin gescheiden ouders heel normaal zijn, het lijkt tegenwoordig eerder de norm dan de uitzondering. En juist dat doet me heel soms twijfelen. Kan het überhaupt wel? Zijn mensen dan écht niet gemaakt om voor eeuwig bij elkaar te blijven? Moeten we dan gewoon maar accepteren dat we, nu we steeds ouder worden, in een andere levensfase komen, en dat daarbij een andere levenspartner hoort?
Was het ‘t waard?
Als ik om me heen kijk, zou ik bijna zeggen van wel. Maar dan moet ik ineens denken aan mijn vader. Een paar weken nadat mijn moeder overleed, toen het verdriet eigenlijk nog te vers was voor het gesprek dat ik met hem voerde, stelde ik mijn vader een vraag. Kort en simpel:
‘Was het ’t allemaal waard?’
Ik had net een paar maanden een relatie met de vrouw waarmee ik later zou trouwen, en nu ik mijn vader zo in de kreukels zag liggen, na 34 jaar huwelijk moest ik het weten. Als hij deze pijn van tevoren zou hebben geweten, zou hij dan opnieuw voor de liefde hebben gekozen? ‘Was het ’t allemaal waard?’ vroeg ik hem.
Mijn vader keek op, en zei resoluut, zonder twijfel, dwars door zijn tranen heen: ‘Elke seconde van elke dag.’ En dat is de reden waarom ik nooit heel lang aan eeuwige liefde twijfel. Want ze bestaat, ik heb dat met eigen ogen gezien, zelfs nádat het leven ingreep.
Maand: februari 2016
Post Format Quote
Post format with link

If you are looking for a developer on ThemeForest – check out the link
Dichtgedachten I herdruk

Enige tijd geleden ging het allerlaatste exemplaar van Dichtgedachten I over de digitale toonbank. Het was de bedoeling om het daarbij te laten, maar ik heb sindsdien zoveel vragen en berichten gekregen met de vraag om het boek te laten herdrukken, dat ik een offerte heb opgevraagd bij de drukker.
Een boek drukken, zeker in een luxe uitgave als deze, kost een paar duizend euro. Feitelijk betekent het dat ik 230 exemplaren moet verkopen om de drukkosten te kunnen betalen. Ik heb daarom besloten om net als bij de eerste druk een reserveringslijst te maken.
Als je een exemplaar van Dichtgedachten (€14,95) wilt bestellen, kun je het formulier hieronder invullen. Zodra ik 230 reserveringen heb, kan ik de drukker opdracht geven om de tweede druk in gang te zetten.
[fc id=’2′ align=’left’][/fc]
Zonder teennagels weeg ik minder

Er ligt een koekje in huis. En ik wil dat koekje.
Het was uiteindelijk de huisarts die een paar jaar geleden tegen me zei: ‘Je moet gewoon afvallen, op hoeveel manieren wil je dat horen?’ Niet heel tactvol, wél heel duidelijk en de boodschap miste zijn doel niet. Begonnen met Paleo, wat heel interessant was, maar een leven zonder koolhydraten is voor mij als een bioscoopzaal zonder scherm: niet leuk. Wel heeft het ervoor gezorgd dat ik voorgoed van de frisdrank genezen ben en eigenlijk alleen nog maar water drink, iets dat ik nooit voor mogelijk had gehouden. Mijn vrijdagavond zonder frisdrank is toch geen vrijdagavond meer? Jawel hoor, prima avond! Toch grappig hoe verslaving met je hoofd rommelt.
Paleo was het nét niet
Na veertig miljoen groentensmoothies, in sla gerolde gebakken eieren en wanstaltige pompoenschilorchideepannenkoeken met flaxzaad (wat trouwens nog steeds klinkt als iets waarvan vrouwen in Star Trek zwanger worden) besloot ik dat Paleo het toch niet was. En vijf kilo verder kwam ik tot de conclusie ik dat het suikerdieet dat daar als vanzelf op volgde ook niet ideaal was. De volgende stap: Weight Watchers. Ik heb dat weleens eerder gedaan, maar dat liep niet helemaal lekker, omdat ik zelf niet kookte, en dat is wat lastig punten tellen.
Weight Watchers vind ik fantastisch, om de simpele reden dat het me anders met eten laat omgaan. Waar het vroeger was: dit is goed, en dit is slecht, is het nu vooral: is dit het waard? Dat is een hele andere gedachte, want dan heb je een keuze, in plaats van dat iets niet mag. Zo heb ik ontdekt dat de handvol snoepjes die ik vroeger at, net zoveel punten waren als een stuk appeltaart. Geef mij dan maar een stuk appeltaart (sowieso, geef mij een stuk appeltaart, nu!). En zo kwam het dat ik, zonder frisdrank, maar mét appeltaart eindelijk door de magische grens van 90 kilo lijk heen te gaan. Lijk, want ik ben er dus nog niet.
De magische grens
Sinds vorige week weeg ik 90.0. Niet 90,1. Ook niet 89,9. En dat is irritant, want die 90-grens is magisch. Met 90 kilo voel ik me nog een dikkerdje, met 89,9 ben ik ineens héél dicht bij die 80 kilo waar ik uiteindelijk moet zijn. Ik mag dan een stuk gezonder over eten zijn gaan denken, maar wie ooit overgewicht heeft gehad, weet wat voor freak je wordt als je onder een bepaald gewicht wilt komen. Zo heb ik me dus van de week een keertje extra geschoren, heb ik overwogen om naar de kapper te gaan en heb ik mijn teennagels extra kort geknipt, in de hoop om die 89,9 te zien. Want zonder teennagels weeg ik minder. Grapje toch? Nee, helaas, al was ik me tijdens dat proces zeer bewust van hoe bizar dat was.
Tot maandag wist ik zeker dat ik deze week onder de 90 zou zitten. Maar toen gebeurde het. Ik vond het koekje. Niet zomaar een koekje. Hét koekje. De speculaasbrokken die we gekocht hadden voor onze vrienden in Amerika, maar vergeten waren mee te nemen. En nu liggen ze op het aanrecht. Al vier dagen. Waarom? Omdat ik ze gescand heb met de Weight Watchers app, en ze zijn 22 punten. Voor de hele koek? Nee joh, stel je voor, 22 punten voor 100 gram. Dat betekent dat alleen eraan ruiken me dus al drie punten kost. En ik héb er maar 38 op een dag. Sowieso, 100 gram koek eten. Wie kan zoiets. Zodra ik een hap neem schreeuwt de rest van die koek, ja en wij dan? En zo draai ik dus al vier dagen om de speculaasbrokken heen. Zal ik maar een klein stukje nemen? Da’s maar vier punten. Ja, maarja, dat is dan weer zonde, want dat stukje is zo klein dat ik het zo tussen mijn tanden door kan schuiven. Zal ik het opsparen? Dan eet ik vrijdag gewoon die hele koek op van mijn weekpunten. Maarja, dan zit ik waarschijnlijk niet onder de 90. Om vervolgens doodleuk nog een keer te scannen, om te zien of hij écht 22 punten was.
Ja, het afvallen met Weight Watchers bevalt me prima, en ik kan doorgaans eten wat ik wil, zelfs appeltaart. Maar er ligt een koekje in huis, een heel ‘duur’ koekje, en ik twijfel al vier dagen of het me de punten waard is (waarmee ik het antwoord natuurlijk allang heb gegeven).
Een teen amputeren…zou dat veel gewicht schelen?
Als vriendschap voor je neus ligt

Ik heb heel weinig vrienden. Er zijn heel veel mensen met wie ik heel goed op kan schieten, mensen met wie ik goed kan praten, maar dat maakt ze niet automatisch vrienden, op die term ben ik echt heel erg zuinig.
Elk jaar ga ik minstens één keer naar Amerika. Niet omdat ik het eten daar zo lekker vind (want dat valt vies tegen zodra je een beetje smaak ontwikkeld hebt), maar omdat Mickey en Ann daar wonen en ik bij hen kan logeren. Mickey en Ann durf ik echte vrienden te noemen. Zodra ik bij hen door de voordeur stap, vallen al mijn twijfels weg. Ik ben niet bang dat zij mij niet leuk vinden. Ik ben niet bang dat ik niet goed genoeg ben of dat ik raar ben. En als ik raar ben, dan vinden zij dat prima. Bij Mickey en Ann durf ik mezelf te zijn in mijn allerpuurste vorm, zonder twijfels, zonder angsten en dat ervaar ik hier in Nederland maar zelden.
Tripjes naar Amerika zijn duur, ik moet daar hard voor werken. Extra hard, want mijn vrouw en ik besloten om in 2005 (inderdaad, vlak voor de crisis) een winkel te starten, wat echt een heel goed idee was, totdat die crisis uitbrak. Een prachtig avontuur waar ik elke maand financieel nog flink aan herinnerd word bij het afbetalen in termijnen. Maar ik heb er geen spijt van, want door de winkel ben ik in contact gekomen met? Precies, Mickey en Ann. Zo heeft alles een reden en is alles met elkaar verbonden.
Nooit tijd
Dat alles bij elkaar zorgt ervoor dat ik al jaren veel te veel uren maak, en mijn sociale contacten redelijk heb verwaarloosd. Niet helemaal, want online wordt er nog steeds veel gepraat, kan ik nog steeds een luisterend oor bieden en ben ik nooit helemaal afwezig geweest. Maar van afspreken kwam het nooit, want ik had geen tijd. Er zijn mensen die dat na een tijdje niet meer trekken, en die verdwijnen dan langzaam uit je leven. Er zijn mensen die ook heel bewust uit je leven stappen omdat ze niet begrijpen dat je de schaarse tijd die je dan over hebt graag met je gezin doorbrengt. Of alleen, om bij te komen. En er zijn de mensen die blijven plakken. Die keer op keer bereid zijn om energie in je te steken, omdat ze weten dat het niet slecht bedoeld is en omdat ze weten dat je geeft wat je kunt. Die mensen noem ik niet alleen vrienden, die noem ik Maya.
De afgelopen jaren heeft Maya me regelmatig gevraagd wanneer we nu eens gingen afspreken. Ik voelde me daar elke keer slechter bij, want met haar heb ik altijd een hele hechte vriendschap gehad en ik had het gevoel dat ik haar teleurstelde (wat ik in essentie natuurlijk ook deed). Maar waar de ene na de andere persoon uit mijn leven verdween, bleef zij volhouden. Niet een week, niet een maand, maar tien jaar om precies te zijn. En afgelopen weekend, toen Martine naar Duitsland was en ik écht even niet kon werken (want twee stuiterende kinderen) kwam het er eindelijk van. Maya kwam pannenkoeken eten met haar kids.
Van slag
Dat het een supergezellige dag zou worden (en dat ik echt héél slecht ben in pannenkoeken bakken), daar twijfelde ik niet aan. De kinderen konden het prima met elkaar vinden, en wat begon met voorzichtig handje schudden, eindigde met vanaf de bank op een luchtbed springen (met alle risico’s van dien overigens). Wat ik niet aan zag komen, was dat ik de hele avond daarna van slag ben geweest. Ik heb alle social media gemeden, omdat zelfs een plaatje van een kitten me waarschijnlijk aan het brullen had gekregen.
Waarom? Niet zozeer omdat we na tien jaar nog net zo close waren als al die jaren tevoren. De dag heeft me zo enorm geraakt, omdat het me deed inzien hoe stom ik ben geweest en hoeveel tijd ik heb verspild. Elk jaar ga ik minstens één keer naar Amerika, omdat ik bij Mickey en Ann mezelf kan zijn in de allerpuurste vorm en werk ik me een slag in de rondte om dat te kunnen bekostigen. En laat dat nu precies zijn waarom ik nooit tijd had om af te spreken met de persoon die me precies datzelfde gevoel geeft. Iemand die nog geen 26 minuten van mij vandaan woont. Iemand die ik voor eeuwig dankbaar zal zijn dat ze nooit heeft opgegeven toen ik blind was. Want hoe blind moet je zijn om duizenden kilometers te reizen om je veilig te voelen, als vriendschap voor je neus ligt.
